Ontlastingsverlies (fecale incontinentie)

Als u last heeft van fecale incontinentie, ook wel anale incontinentie, ontlastingsincontinentie, ontlasting verlies of ‘incontinentia alvi’ genoemd, betekent dit dat u ontlasting of windjes niet goed kunt ophouden. U heeft last van ongewild ontlastingsverlies. 

Wat is fecale incontinentie?

Fecale incontinentie is het ongewild verlies van ontlasting of winden. Sommige mensen zijn volledig incontinent en verliezen hun ontlasting zonder het te merken. Maar ook als u maar een klein beetje ontlasting verliest, ongewild windjes laat of wanneer u alleen remsporen in uw onderbroek heeft, is sprake van een lichte vorm van anale incontinentie. Dit komt meer voor dan men aanvankelijk dacht en niet alleen op hogere leeftijd. Maar liefst 1 op de 10 Nederlanders krijgt in zijn of haar leven een keer te maken met ontlastingsincontinentie. Vrouwen hebben vaker last van ongewild ontlastingsverlies dan mannen en meestal begint het pas echt een probleem te worden na de menopauze. Bij goed navragen blijkt vaak dat de klachten toch eigenlijk al langer bestonden, maar dat ze pas naar een arts gaan als het een ernstig probleem is geworden. Dus ondanks het feit dat het een enorme invloed kan hebben op het dagelijks leven, wordt er uit schaamte weinig of niet over het ontlastingsverlies gesproken, zelfs niet met de huisarts.

Klachten bij fecale incontinentie

De klachten en ernst van de klachten bij ontlastingsincontinentie kunnen erg verschillen. De meest voorkomende klachten bij fecale incontinentie zijn:

  • Anale jeuk, pijn en geïrriteerde huid bij de anus
  • Ongewild windjes laten tot echt in de broek poepen zonder het te voelen.
  • Soiling (het achterlaten van sporen in de onderbroek) kan ontstaan door het niet goed uit kunnen poepen, waardoor soms restjes ontlasting net boven de kringspier achterblijven. Bij bewegen komt dit alsnog naar buiten. 
  • Geen aandranggevoel van de ontlasting hebben
  • Verlies van kleine beetjes slijm uit de anus
  • Gevoelens van schaamte als gevolg van vieze luchtjes en angst voor ongelukjes
  • Diarree of juist obstipatie (constipatie of verstopping)
  • Winderigheid (gasvorming en een opgeblazen gevoel)
  • Blaascontroleproblemen. Bij sommige therapieën kunnen die problemen tegelijk worden mee behandeld.

Oorzaken van fecale incontinentie

Er zijn vele oorzaken van ontlastingsincontinentie. Meest voorkomende oorzaken zijn:

  • Verminderde werking van de kringspier en/of de bekkenbodemspier: Beschadiging van de anale kringspier kan ontstaan tijdens een bevalling, na een operatie, als gevolg van een ongeluk of na seksueel misbruik. Als de kringspier in de anus is beschadigd dan voelt u wel aandrang, maar kunt u de ontlasting niet ophouden.
  • Obstructieve defecatie syndroom: Als er ontlasting achterblijft in de endeldarm kan de ontlasting ongemerkt ontsnappen. Dat treedt dan meestal op tijdens het lopen. Er zijn veel oorzaken voor het niet goed kunnen ledigen van de endeldarm zoals een verzakking van het wandje tussen de vagina en de endeldarm (rectocele), of als de bekkenbodem en/of anale kringspier te sterk zijn of de bekkenbodemspier juist te slap.
  • Overactieve bekkenbodem: Als de bekkenbodemspieren en de inwendige sluitspier van de anus te gespannen zijn is het moeilijker om de ontlasting kwijt te raken. Hierdoor kan langdurige verstopping en uiteindelijk overloopdiarree ontstaan.
  • Beschadiging van zenuwen die de kringspier en bekkenbodemspieren aansturen.: De kringspier en de bekkenbodemspieren worden aangestuurd door zenuwen. Deze kunnen beschadigd raken tijdens een bevalling. Ook kunnen beschadigingen ontstaan door langdurige verstopping (obstipatie), een operatie of ouderdom. Ook bij bepaalde aandoeningen kunnen de zenuwen beschadigd raken, zoals bij een dwarslaesie, multiple sclerose (MS) of een spina bifida (open ruggetje).
  • Verzakking van de endeldarm (rectumprolaps): Bij een rectumprolaps stulpt de endeldarm in zichzelf. In het begin kan de verzakking de ontlasting juist tegenhouden omdat de ingestulpte darm als een stop functioneert. Vaak wordt dit gevolgd door een oncontroleerbare aanval waarbij er ineens veel ontlasting naar buiten komt. Als de situatie langer bestaat, kan de endeldarm uit de anus hangen. Dit kan leiden tot beschadiging van de zenuw waardoor de kringspier niet meer goed werkt. Bekijk onze informatiepagina over de rectumprolaps.
  • Darmontsteking: Bij een ontstekingsziekte van de darm, zoals de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa of proctitis kan een versterkt aandranggevoel ontstaan. Dit wordt veroorzaakt doordat het slijmvlies zwelt door de ontsteking. Hierdoor is het vaak moeilijker om ontlasting op te houden.
  • Chronische diarree: Bij dunne ontlasting of diarree is het moeilijk om de ontlasting op te houden. Dit komt een enkele keer omdat teveel laxeermiddelen worden gebruikt. helaas is er niet altijd een verklaring voor.
  • Overloopdiarree (paradoxale diarree) of chronische obstipatie (verstopping): Bij langdurige verstopping kan dunne ontlasting langs de harde ontlasting in de endeldarm weglekken. Dit wordt ook wel overloopdiarree of, paradoxale diarree genoemd.

Wat kunt u zelf doen aan fecale incontinentie?

Als de ontlastingsincontinentie wordt veroorzaakt door verstopping of diarree, zijn er een aantal tips en adviezen die de klachten kunnen verminderen.

Gezonde stoelgang

Zorg voor zachte ontlasting. Het is belangrijk dat uw ontlasting zacht is en bij voorkeur maar één of twee keer per dag komt. Door regelmatig te bewegen wordt de darmbeweging gestimuleerd en kunt u verstopping voorkomen. Als u veel zit of lang achter elkaar staat, is de kans op verstopping groter. Een vezelrijk dieet helpt de ontlasting zacht te houden omdat vezels water aantrekken. Laxeermiddelen maken de ontlasting dunner waardoor de ontlasting makkelijker naar buiten komt. Soms lukt het echter niet om alles in een keer kwijt te raken en moet u daardoor vaker dan één keer per dag ontlasten.

Bekijk ook onze informatiefilm over gezonde ontlasting:

Vezelrijke voeding

Vezels nemen vocht op en hierdoor blijft de ontlasting zacht en soepel. Groente, fruit en volkorenproducten bevatten veel vezels. Per dag heeft een volwassene 30 tot 50 gram voedingsvezels nodig. Daarnaast is 2 liter vocht per dag noodzakelijk voor het goed functioneren van de darmen.

Om te berekenen hoeveel vezels u per dag eet, kunt u deze vezeltest doen: Vezeltest 

Bekijk onze informatiefilm met adviezen over vezelrijke voeding:

Onderzoek en diagnose bij fecale incontinentie

Meestal is uw verhaal en het lichamelijk onderzoek al voldoende om de diagnose te stellen. Vaak vragen we u om een dagboek bij te houden, een zogenaamd continentiedagboek. Hiermee krijgen we een goede indruk van de ernst van de incontinentie. Bovendien kan na de ingestelde behandeling het dagboek opnieuw ingevuld worden; zo kan er ‘gemeten’ worden of uw klachten verminderd zijn. Soms zal nader onderzoek nodig zijn, zoals een kijkonderzoek van de darm (endoscopie), een druk- en/of volumemeting (anale mano- en voluminometrie), een echografie van de bekkenbodem, een endo-echografie (echografie van binnenuit) van de anus en de endeldarm of een echo-defecografie.

Bekijk onze informatiepagina over onderzoeken

Behandelen van fecale incontinentie

Het is afhankelijk van de oorzaak van de incontinentie, uw leeftijd en uw gezondheidstoestand welke behandeling voor u de beste is. We maken hierbij ook onderscheid in niet-operatieve behandelingen en operatieve behandelingen. Indien er geen sprake is van een gescheurde anale kringspier, kiezen we veelal eerst voor een niet operatieve behandeling. Bij een verslapping of beschadiging van de kringspier en/of bekkenbodemspieren zijn er verschillende behandelingen mogelijk, ook operatieve.

Niet-operatieve behandelingen

Regulering van de stoelgang: Het kan zinvol zijn om de stoelgang beter te reguleren; dat wil zeggen met vezelrijke voeding of vezelhoudende medicijnen, bij voorkeur psylliumvezels, de stoelgang meer samenhang te geven. Ook adviezen als regelmatig eten en drinken leiden soms al tot verbetering. Bekijk ook de informatie films op deze pagina over gezonde ontlasting en vezelrijke voeding.

Bekkenfysiotherapie: Samen met een geregistreerd bekkenfysiotherapeut(e) leert u met oefeningen hoe de spieren op de juiste manier te ontspannen en aan te spannen. Het is de bedoeling dat u, als de behandeling is beëindigd, zelf doorgaat met de oefeningen. Het is raadzaam om ze in uw dagelijks schema in te bouwen. Om te laten zien wat het effect is van uw oefeningen, kan er gebruikt gemaakt worden van biofeedback training.

  • Myofeedback. Terwijl u de spieren aanknijpt, ziet u wat voor effect dit heeft. Dit kan door middel van een apparaat zoals de MapLe dat uw beweging omzet in een grafiek. Het kan ook m.b.v. echografie.
  • Electrostimulatie. De spieren worden gestimuleerd door kleine stroomstootjes. Vaak wordt deze techniek als ondersteuning gebruikt.
  • Ballontraining. De ontlasting wordt in de endeldarm verzameld en bij een bepaald volume ontspannen de spieren om te ontlasten. Soms kan de endeldarm een te klein of te groot volume verzamelen waardoor de spieren ontspannen. Het volume, of wel de gevoeligheid van de endeldarm kan met een ballontraining verbeterd worden.

Kijk hier voor een geregistreerde bekkenfysiotherapeute bij u in de buurt.

Stimulatie van de nervus tibialis (enkelzenuw): De zenuwen aan de binnenkant van het heiligbeen (sacrale plexus) worden gestimuleerd door stimulatie van een oppervlakkige zenuw aan de binnenkant van de enkel, de nervus tibialis. De zenuw geeft de signalen dus via de sacrale plexus door aan zenuwen in het onderste deel van het ruggenmerg. Deze zenuwen zijn verantwoordelijk voor het aansturen van de blaas en endeldarm. Het is gebleken dat de stimulatie een positief effect kan hebben op darm- of blaasproblemen.

  • PTNS (percutane nervus tibialis stimulatie). De enkelzenuw wordt gestimuleerd via een klein naaldje. Deze behandeling bieden wij niet aan in de Proctos Kliniek.
  • TRANS (transcutane nervus tibialis stimulatie). De enkelzenuw wordt gestimuleerd via een pleister. Via een geleidingsdraad die bevestigd is aan de pleister (plakelektrode op de huid). Via een klein draagbaar apparaatje, een medische neuromodulator (TENS apparaat) worden kleine elektrische signalen afgegeven aan de zenuw.

Darmspoeling: Hierbij wordt de darm ‘leeggespoeld’, zodat u de rest van de dag zonder angst voor lekkage de deur uit kunt. Dit kan met een klein flesje (150cc) voor klachten van soiling al voldoende helpen.

Bekijk de informatiepagina over de verschillende systemen voor darmspoeling.

Hulpmiddelen: Continentie materiaal en anale tampons kunnen u helpen om toch de deur uit te gaan. Lees hier meer over hulpmiddelen voor continentie.

Operatieve behandelingen

Herstellen van de anale sluitspier (sphincterplastiek)

Het chirurgisch herstellen van de sluitspier heeft de meeste kans op een goed resultaat als dat meteen na de inscheuring gebeurt. De resultaten van latere hersteloperaties zijn over het algemeen minder succesvol, maar zullen bij vrouwen onder de 50 jaar altijd worden overwogen.

Sacrale neuromodulatie

De sacrale neuromodulatie werkt via de zenuwen van het heiligbeen op de hersenen. Bepaalde reflexen die belangrijk zijn bij het ontlasten en het ophouden van de ontlasting worden hiermee beïnvloed. De techniek wordt al vele jaren met succes toegepast bij urine-incontinentie en kan dus ook bij een dubbele vorm van incontinentie (urine en ontlasting) zinvol zijn. Er zijn twee systemen beschikbaar: een oplaadbaar en een oplaadvrij systeem. De behandeling wordt soms in 2 sessies uitgevoerd: een testfase en een implantatiefase. Bekijk hier de informatiefilm over de testfase.

Dynamische gracilisplastiek

Hierbij wordt een nieuwe sluitspier gemaakt; meestal wordt daar een beenspier (m.gracilis) voor gebruikt. Vaak wordt deze operatie gecombineerd met een pacemaker om de spier te stimuleren. Deze operatie voeren wij uit in het Universiteits Ziekenhuis in Gent samen met professor P. Pattyn.

Stoma

Alleen bij die patiënten waar bovenbeschreven technieken mislukken of om overige zwaarwegende redenen, kan gekozen worden voor het aanleggen van een stoma. Een stoma is een niet natuurlijke uitgang van de darm, en wordt altijd operatief en op de buik aangelegd.